|
Kijk eens rondom je, en je hoef niet eens lang te kijken, het is vooral het nadenken dat erbij hoort dat ietswat concentratie nodig heeft. Wie rondom je kan je echt vertrouwen? Van welke persoon weet je 100% zeker dat het geen slijmbal is, hij of zij nooit leugens vertelt (buiten dan voor bestwil), of dat deze niet hypocriet is? We leven in zo een onopvallende onzekerheid dat we niet eens opmerken dat veel van onze zogenaamde vrienden eigenlijk geen vrienden zijn. Zo verklaart Vandale het woord 'vriend':
1 persoon waarmee men door gevoelens van genegenheid is verbonden: zij zijn dikke ~en; iem te ~ houden zorgen voor goede verstandhouding; zij heeft een ~je een vaste vriend; hoor eens ~! ironische toespreking
Kent u iemand zo eerlijk, zo zuiver en zo puur dat je kan zeggen dat je met die persoon door gevoelens van genegenheid verbonden bent? Dit opsommend ziet het er natuurlijk allemaal zeer duister en hopeloos uit, maar er zijn uitzonderingen. Want het is net op het moment dat je rondom je kijkt dat je beseft dat je vrienden hebt, misschien niet veel 'echte' vrienden. Maar er zijn er toch wel een paar, als zyn het er maar drie, twee of zelfs 1 waarvan je kan zeggen: Jou vergeet ik nooit.
|